700-039 312-50exam MA0-101exam SK0-004pdf ASF 70-494 pdf 70-673exam C9560-503 98-367 70-534dump NS0-505 70-342exam pdf CHFP 070-410practice exam 1V0-603 pdf 1Z0-804pdf C8010-250 312-50V9 pdf C2150-508 98-368pdf займы онлайн займ на карту кредит онлайн на карту микрозаймы онлайн микрозайм онлайн микрозаймы займы на карту займ онлайн микрозаймы на карту кредит на карту займы онлайн на карту микрозайм на карту кредит на карту онлайн срочный займ на карту займ онлайн на карту
Reviews labyrint

Published on oktober 29th, 2014 | by Bavo Blanckaert

1

Doolhofse bewegingen

‘Eigenlijk hoeven we geen labyrint te bouwen, wanneer het heelal dat al is,’ schreef Jorge Luis Borges in een van de kortverhalen uit zijn bundel De Aleph. Twee weken geleden kwamen drie films in de zalen die dat tot drie maal toe tóch doen. De poëtische auteursfilm Le Goût des Myrtilles, de Hollywoodblockbuster The Maze Runner en de fragiele documentaire Feel My Love duiken elk op hun beurt het doolhof in. Op een plek diep in het hart van hun in elkaar overvloeiende kronkelpaden gaan de films gemoedelijk naast elkaar zitten om er te praten over wat het betekent om te verdwalen.

 

 

 

 

 

 

Le Goût des Myrtilles

Het idee om te verdwalen klinkt zowel aanlokkelijk als angstaanjagend. Er schuilt een soort subversief plezier in het kwijtraken van de weg, het richtingloze ronddolen en het verliezen van het overzicht. In het doolhof worden we opnieuw elkaars gelijken: iedereen is er even onwetend en naïef. Verdwalen noopt tot vindingrijkheid om sluw met mogelijke uitwegen te experimenteren. Het is een dans waar iedere stap vooruit een stap achteruit kan betekenen. Door dat uittesten presenteert het doolhof zich als een speeltuin. Je moet er de dingen aftasten en ontdekken en zo ga je nog het meest lijken op een kind dat de wereld zachtjes in zich opneemt. Daarom is het zo mooi dat het in Le Goût des Myrtilles van Thomas de Thier twee oudere mensen zijn die verdwalen. Ze verdwalen in een bos, dat vooral in sprookjes maar ook al veel langer dienst doet als de klassieke gemeenplaats waar je het spoor bijster raakt. In Snow White and the Seven Dwarfs, de allereerste lange animatiefilm, zit bijvoorbeeld zo’n iconische verdwaalscène. Maar daar proeft ze naar angst; als er al een zweem van doem over Le Goût des Myrtilles hangt, dan ligt die vooral bij de kijker, die dat verdwalen met het levenseinde in verband brengt. Zo expliciet wordt de film zelf nooit, die blijft zich in zoete melancholie wentelen zonder de grenservaring van de dood te benoemen.

De twee oude mensen die in Le Goût des Myrtilles naar het bos rijden, willen in de eerste plaats het graf van hun zoon bezoeken dat aan de rand ervan ligt. Maar dan raken de oudjes hun autosleutels kwijt en besluiten ze verder door het bos te trekken. Het lijkt de lokroep van de natuur te zijn die hen daarnaartoe drijft, en misschien ook wel die van het irrationele en het onzekere. Het zou ook zomaar hun afkeer of voldaanheid van de mensencultuur kunnen zijn. De natuur staat dan zowel voor het vreemde dat ze niet (meer) kennen als voor de moederschoot waarnaar ze terugkeren. Het bos in Le Goût des Myrtilles is een echt bos, maar het is ook een toveroord waar scoutsmeisjes in waternimfen veranderen als kwamen ze uit een metamorfoseverhaal van Ovidius. En bovenal is het bos een uitbeelding van het hoofd van de protagonisten: een wijdvertakt gangennet van herinneringen, verliezen en zowel ingeloste als opgeschorte verlangens. Heden en verleden lopen er letterlijk door elkaar heen, zoals in een bloedmooie scène waar het kind dat de oude man eens was in arrière-plan de bewegingen van de oude man vooraan in beeld nabootst. In die zin openbaart de film zich ook als een doolhof voor de kijker die via het bos verloren loopt in het brein van iemand anders. Daarom dat niet alle symbolen ons niet even helder toeschijnen en dat sommige subplots in media res stranden: onze mentale activiteiten kennen nu eenmaal geen gestroomlijnde structuur.

De Etrusken, die tussen de negende en de eerste eeuw voor Christus op het Italisch schiereiland woonden, hielden ook van doolhoven. Zo bouwden ze patronen van holle wegen waar ze doorheen wandelden. Voor hen was het doolhof een soort meditatieoefening om de weg naar het innerlijk af te leggen, dat dan weer verbonden was met de heilige wereld. Die sacrale sfeer hangt ook over Le Goût des Myrtilles, net zoals je ook in de film het gevoel krijgt dat de personages steeds dieper tot hun eigen ik doordringen. Na een tijdje raken de man en de vrouw elkaar kwijt – zonder dat ze elkaar daarbij vergeten-, alsof ze alleen in opperste eenzaamheid hun voorwereldse staat opnieuw kunnen bereiken. Door die mythische, verheven en animistische toon doet Le Goût des Myrtilles erg denken aan Mogari no Mori (The Mourning Forest) van de Japanse cineaste Naomi Kawase. Ook daar liepen twee mensen –een oude man en een jong meisje- verloren en kwamen ze met een geliefde dode en zichzelf weer in het reine. Le Goût des Myrtilles ademt liefde voor de Japanse cultuur, waardoor beïnvloeding niet uitgesloten is. Toch is Le Goût des Myrtilles ook volstrekt uniek, al was het maar omdat deze Belgische film met Michel Piccoli niet zo radicaal het schemerduister van het bos intrekt als Kawase dat deed, terwijl het gevoel van verlossing er weinig minder om is. Het maakt van Le Goût des Myrtilles een poëtische maar geen ontoegankelijke film; hij vormt een ruimte voor bezinning waar je iedereen mee naartoe kan nemen.

 

The Maze Runner

Wat verschilt de rust en stilte van Le Goût des Myrtilles met de snelheid en drukte van The Maze Runner, een avonturenfilm die in hetzelfde rijtje past als The Hunger Games en Divergent. Net als die films is The Maze Runner gebaseerd op een jeugdboekenreeks die in een permanente sfeer van angst en treurnis gedompeld is. Als hun verhalen de vinger aan de gekneusde pols leggen, dan bestaat zoiets als een zorgeloze jeugd niet meer. De verhalen spelen zich af in apocalyptische gebieden waar mensen elkaar en zichzelf constant op de proef stellen om zo aan een steeds grotere dreiging te kunnen ontsnappen. De hoofdzakelijk jonge personages worden bedreigd, gemanipuleerd en tot het uiterste gedreven. Ze grijpen naar wapens, er sterven kompanen. Je zou je daar zorgen over kunnen maken en met heimwee naar The Goonies en Back to the Future kunnen terugverlangen. Anderzijds getuigen deze zogenaamde young adult films, meer dan andere Hollywoodproducties, misschien wel van de tegenwoordige discipline- en controlemaatschappij, alarmeren ze voor klimaat- en andere rampen en roepen ze tot waakzaamheid op in een maatschappij waarin alles steeds meer naar passief spektakel neigt, ook al dragen ze daar ironisch genoeg in de eerste plaats zelf toe bij.

The Maze Runner trapt ijzingwekkend claustrofobisch af wanneer ene Thomas in een lift door een nauwe gang de hoogte in wordt gekatapulteerd. Hij belandt op een open plek die volledig ommuurd wordt door een reusachtige doolhof. Op die open plek, de enige veilige plaats die hun is gegund, hebben een aantal jongens zich in een commune georganiseerd waar verschillende groepen verschillende functies hebben. Geen van de jongens weet hoe ze er beland zijn. In een moderne hang naar nominalisme en neologisme hebben de groepen zichzelf slopers, bouwers, laarders en lopers genoemd. De laatsten staan in voor het verkennen van het doolhof, dat bestaat uit gigantische monsters, vallen en andere gevaren. Bovendien verandert het doolhof ‘s nachts van vorm zodat het moeilijk in kaart kan worden gebracht. Daarmee doet het doolhof van The Maze Runner denken aan het onophoudelijk veranderende landschap waar de gids, de wetenschapper en de schrijver in Andrei Tarkovski’s Stalker doorheen trokken, op zoek naar de Kamer waar hun Diepste Verlangen zou worden ingelost. Maar leek het landschap van Stalker door metafysische krachten bezield en daarom over een eigen bewustzijn te beschikken, dan is het doolhof uit The Maze Runner overduidelijk door mensenhanden gemaakt: ’s nachts kraken radertjes en scharnieren en op de doolhofmuren staan cijfers geklad die een uitgedachte orde verraden waarmee weinige god zou instemmen.

Als de jongens naar de bewoonde wereld willen terugkeren, dan moeten ze een uitweg uit het doolhof vinden. In tegenstelling tot de zoekende slaapwandelaars uit Le Goût des Myrtilles hebben ze daarbij geen tijd voor dromerige exploratie, speelse omleidingen of (zelf)reflexieve verpozing. Omdat de gevaren talrijk zijn, willen ze, eens in de doolhof, er zo snel mogelijk weer uit. Het doolhof van The Maze Runner is geen speeltuin, maar een gevangenis en een kerkhof. De film benadrukt geheel de andere pool van de doolhofervaring: het verdwalen in The Maze Runner beklemtoont de typische gevoelens van beklemming, uitzichtloosheid en finaliteit die er ook rondspoken. En ironisch genoeg zijn het in The Maze Runner jonge mensen, het is de jeugd, die geen tijd heeft om af te drijven, om zich op de stroom te laten meevoeren, om het verdwaalspel mee te spelen. In plaats daarvan razen ze doorheen de gangen met een welbepaalde teleologie in het achterhoofd: ze willen niet van de kronkelende mogelijkhedenchaos proeven, maar zo snel mogelijk de structuur ontrafelen en de orde vatten. Ze leiden in plaats van zich te laten dragen. Niet moeilijk dan dat in het universum van The Maze Runner competitie, profileringsdrang en hokjesdenken de orde van de dag uitmaken.

Guy Debord en andere aanhangers van het situationisme, de artistiek-politieke beweging die in de jaren zestig van de vorige eeuw een maatschappelijke revolutie wilde ontketenen, roemden het verdwalen als een daad van anarchie. Middels de dérivé, de afdrift, werd de ruimte volgens hen een stroom die je ver weg van de werkelijkheid brengt. Verdwalen helpt je om je te onttrekken aan elke competitiedrang en aan elke behoudende orde. In de weigering te verdwalen, schrijven de jongens uit The Maze Runner zich juist in de orde in en doen ze zo onbewust wat van hen verlangd wordt. En zo wordt The Maze Runner een spannende, maar ook wat conventionele film die op elk mysterie braaf een antwoord formuleert, ook al zijn die brave antwoorden vaak niet bevredigend. The Maze Runner wil altijd vooruit snellen in plaats van in rondjes te cirkelen. In de vaart naar antwoorden schuilt ook een soort plezier: de buikkriebels van de snelheidsrush, de opluchting van de opheldering en de valse geruststelling dat alles in de wereld op een of andere manier ergens voor bedoeld is. Zo wordt The Maze Runner vooral leuke cinema die garant staat voor een stevige adrenalinekick.

 

Feel My Love

De jongens in The Maze Runner maken de keuze om immer voorwaarts te gaan, net zoals de oudjes in Le Goût des Myrtilles bewust besloten de wirwar van het bos in te trekken. Die keuze hebben de protagonisten van de documentaire Feel My Love niet. In die film portretteert de Belgische documentairemaakster Griet Teck enkele bejaarde mensen met dementie. Op het ritme van de vier seizoenen volgen we het wedervaren van de bewoners en het verzorgend personeel van Huis Perrekes, een vzw in Oosterlo die patiënten met de ziekte van Alzheimer opvangt. Tecks dramaturgie bewaart elegant afstand tegenover de geportretteerden: er is geen vertelstem op de geluidsband die zegt hoe de vork in de steel zit, er zijn geen interviews die meer achtergrondinformatie over de betrokkenen geven. De ziekte van Alzheimer wordt niet eens bij naam vernoemd. De film toont gewoon, zoals film dat hoort te doen. En wij kijken. We zijn zelf volwassen genoeg om uit te vissen waarnaar we kijken. En dat is in de eerste plaats naar gewone mensen die op hun geheel eigen wijze elk afzonderlijk in hun hoogstpersoonlijke doolhof wonen.

De mensen met Alzheimer zijn drukdoende zichzelf keer op keer weer bij elkaar te puzzelen. Elke keer kan het zijn dat een essentieel puzzelstuk zoek blijft of dat ze in het midden van hun zoektocht de reeds bij elkaar vergaarde elementen opnieuw verliezen. Maar ook dan blijven ze dapper verder puzzelen, ze geven nooit op. Ook al lijkt dat op het eerste gezicht niet zo. Vaak staren ze wezenloos voor zich uit, of zijn hun ogen gesloten, in een permanente halfslaap. Ze zijn vooral diep in zichzelf gekeerd. De doolhoven waarin ze dwalen, kunnen ze niet met elkaar delen; de mogelijkheid om iemand anders om tips of goede raad te vragen, ‘zou het nu deze of deze kant uit zijn’, bestaat niet. Het zijn hun eigen hersencellen die uitdoven, en die zijn niet zomaar inwisselbaar. En dus zijn deze mensen bijna helemaal op zichzelf teruggeworpen. Bij hen wordt het duidelijk dat het woord ‘dwalen’ met het woord ‘verwarring’ verwant is en dat ons hedendaagse ‘dolen’ nog een etymologische band heeft met het Middelnederlands, waar het ‘zijn bewustzijn verliezen’ betekent. Zelfs het dubbele bewustzijn van de reguliere doolhofwandelaar –namelijk het besef dát je in een doolhof rondwaart- ontberen zij: ze hebben er meestal geen benul van waarom ze nog maar zo weinig weten.

Toch filmt Teck de Alzheimerpatiënten met veel hoop en zonder enige vorm van sentimentaliteit. Op bepaalde momenten lichten er genoeg wegwijzers in het duister op om hun leven als waardevol en leefbaar te karakteriseren. Wanneer ze over hun familie praten bijvoorbeeld, en wanneer de begeleiders de tijd nemen om naar hen te luisteren, lijken de patiënten helemaal niet zo op de dool. Ook wanneer ze achter de piano zitten of een ander muziekinstrument bespelen, of wanneer ze meezingen in het koor van het rusthuis, leven ze op. Feel My Love gaat dan ook nadrukkelijk over de positieve werking van muziek op dementie. Meezingen of –neuriën met een bekend deuntje, of fantasievol improviseren op een onbekende melodie lijkt tot loutering te leiden. Muziek is als Orfeus die de dementerenden als afzonderlijke Eurydice’s uit het warnet van hun afbrokkelende geheugen wegvoert. Maar houdt de muziek op en kijkt Orfeus om dan zijn de dementerenden natuurlijk weer net zo vergeetachtig als voorheen. Feel My Love gaat zo over doorzettingsvermogen, over de onophoudelijke poging vonkjes knettergeluk door te geven, ook al leiden die knettervonkjes op lange termijn niet tot beterschap.

In Feel My Love gaat het absoluut zuiver en alleen om het nu, om het idee mensen nu een gevoel van geluk te doen beleven. Binnen de seconde kan dat gevoel namelijk ook zo weer verdwenen zijn, samen met besef dat het er ooit was. Daarom is er in Feel My Love geen plaats voor het berustende terugblikken van de oudjes in het doolhof van Le Goût des Myrtilles. Hun tijd was circulair, als een slang die in zijn eigen staart bijt: heden en verleden stroomden er in elkaar over. Daarom dat Le Goût des Myrtilles gebruik maakte van veel temps morts waarbij de camera in de ruimte bleef verpozen, ook wanneer de personages al lang uit het gezichtsveld waren verdwenen. Dat was voor de camera een manier om ook even in het verleden te blijven hangen. Net zomin is er in Feel My Love de tijd en de plaats voor het plannen en het anticiperende naar de uitgang kijken van de jongens uit The Maze Runner. Hun tijd was lineair: recht op het doel af en net daarom bediende The Maze Runner zich van een vinnige montage, als de weerspiegeling van het ongeduld van zijn protagonisten.

In Feel My Love is er geen andere tijd dan ‘nu’: de mensen met dementie hebben weinig herinneringen en haast geen verwachtingen. Shot en scène, verteltijd en vertelde tijd lijken er perfect samen te lopen. Teck trekt met haar camera nooit naar binnen, in de belevingswereld van de patiënten. Als kijker blijf je buiten aan de rand van het doolhof staan. Slechts met giswerk kun je je voorstellen hoe angstaanjagend, of hoe sereen, het er daadwerkelijk in hun hoofd aan toe moet gaan. Je moet het afleiden van hun uitdrukkingen en gebaren, je moet het aflezen van hun handelingen alsof je hiëroglyfische tekens ontcijfert op een vreemde wand. En je doet het zonder enige zekerheid dat wat je ontcijfert juist is. Daarom verkondig je je ideeën fluisterend. Zo werpt Feel My Love de kijker toch weer een doolhof op: er is geen waarheid, er is slechts een wirwar van gedachten.

Net dat is wat goede cinema eigenlijk altijd is: ze plooit zich in de vorm van een doolhof die je dwingt alles wat je dacht te weten op losse schroeven te zetten. Ze bevestigt dat er geen zekerheden zijn. Ze bevestigt dat je alles wat je vanzelfsprekend vond, moet herdefiniëren. Met verhalen construeren we doolhoven, net omdat het heelal er een is en het heelal net dat doolhof vormt waar we met z’n allen in leven en dus met elkaar delen. We maken kunstige doolhoven om eraan te wennen dat we er samen in dolen, ook al strompelen we er ieder alleen door. Film dient als een oefening in verdwalen: na de film zien de dingen er niet meer uit zoals je dacht dat ze eruit zagen. Je wordt gedwongen je gedachten te resetten. Je reset. Je herbegint. Het verdwalen als het verlangen naar dat nieuwe begin: daarom kijk je naar een film.

Tags: , , , , , , , , ,


About the Author


One Response to Doolhofse bewegingen

  1. Pingback: Maze Runner: The Scorch Trials - Wes Ball - Meerkat Magazine

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top ↑

CPSM1 CQE CSQA CSSBB CSTE CTAL-TA_Syll2012 E20-002 E20-005 E20-329 E20-517 E20-547 E20-891 642-874 642-889 642-998 642-999 644-066 644-068 646-048 646-205 646-985 648-244 648-247 9A0-150 9A0-152 9A0-154 9A0-164 9L0-410 9L0-412 9L0-806 A00-202 A00-260 A2010-570 A2010-651 1z1-051 Certification 1Z1-052 1Z1-061 1Z1-102 1Z1-456 1Z1-457 1Z1-506 1Z1-560 200-001 200-530 220-801 dumps CPA CPP CTAL-TM_Syll2012 E10-001 E20-007 E20-335 E20-370 E20-485 E20-545 E20-597 E20-690 E20-816 E20-818 E20-885