700-039 312-50exam MA0-101exam SK0-004pdf ASF 70-494 pdf 70-673exam C9560-503 98-367 70-534dump NS0-505 70-342exam pdf CHFP 070-410practice exam 1V0-603 pdf 1Z0-804pdf C8010-250 312-50V9 pdf C2150-508 98-368pdf займы онлайн займ на карту кредит онлайн на карту микрозаймы онлайн микрозайм онлайн микрозаймы займы на карту займ онлайн микрозаймы на карту кредит на карту займы онлайн на карту микрозайм на карту кредит на карту онлайн срочный займ на карту займ онлайн на карту
Interviews IMG_4991

Published on november 16th, 2014 | by Maarten Luyten

0

Lieden op zee – interview

‘SOMS MAG JE NOG KLOOIEN’

Interview met Rob Banken, Trui Amerlinck, Astrid Ogiers en Thomas Van Caeneghem over hun debuut Lieden op Zee.

De opiniestukken stapelen zich op, van alle kanten krijgt Sven Gatz beschimpingen naar zijn hoofd geslingerd. De grote en kleine cultuurhuizen schreeuwen hun lamento uit en Hart Boven Hard heeft de startblokken verlaten. Maar hoe zit het intussen met die andere cultuurbeoefenaars? Die jonge artiesten over wie je sowieso al niets hoorde? Om een blik te werpen op dat deel van de sector zochten wij enkele jonge makers op. Rob Banken, Trui Amerlinck, Astrid Ogiers en Thomas Van Caeneghem, respectievelijk twee jazzmuzikanten en twee acteurs, maakten samen de productie Lieden op Zee. De voorstelling wordt aangekondigd als muziektheater maar het is meer dan dat. Niet alleen is het behoorlijk uniek muziektheater, het is bovendien het debuut van dit gezelschap. Op 7 november traden zij op in OPEK (Openbaar Entrepot voor de Kunsten) Leuven. De voorstelling maakte deel uit van Cactus Festival, een evenement van Studio Cactus. Vanzelfsprekend zijn de initiatiefnemers Mooss en Artforum, twee kunstenorganisaties die zich richten op jongeren. Waar dacht je dat debuut anders te vinden? NTGent? Kan hoor, absoluut. Maar gebeurt niet zo vaak.

Wanneer ik de vier artiesten enkele uren voor hun optreden aantref, zijn ze nog volop in voorbereiding. ‘Sorry dat we wat later zijn,’ verontschuldigt Rob Banken zich, ‘we wilden nog even de puntjes op de i zetten.’ We nemen plaats in de personeelsrefter van het grauwe, statische gebouw dat vroeger dienst deed als opslagplaats – en bijgevolg eerder oogt als een betonnen kubus dan een kunstencentrum. Het festival is nog in volle opbouw en de sfeer in het gebouw is, zacht uitgedrukt, hectisch. Dat geldt trouwens ook voor de vier artiesten. Nog voor mijn recorder aan staat steken ze opgewonden van wal. Ze onderbreken elkaar, vullen elkaars zinnen aan en lanceren de ene grap na de andere. Een leuke bende dus. Fijn weetje: het zijn zelfs twee koppels. Een beetje zoals ABBA, alleen zonder glitterpakjes. En zonder bekendheid. Of inkomen. En in een tijd wanneer, at worst, enkel popfiguren in glitterpakjes zich nog succesvolle kunstenaar-ondernemers kunnen noemen. Ook daar kunnen de vier jongeren nog goed om lachen. Al zijn er minder redenen nodig om zich af te vragen hoe de carrière van beginnende performers loopt en hoe dat begin er in godsnaam uitziet.

Lieden op Zee is het debuut van het gezelschap. En dat wanneer het de kunstensector niet meezit. Hoe moeilijk is dat begin?

ASTRID OGIERS: Aarsmoeilijk – sorry voor de vuile taal.

ROB BANKEN: Het wordt er ook niet gemakkelijker op met de huidige besparingen.

THOMAS VAN CAENEGHEM: Voor ons acteurs wordt het absoluut moeilijker. Maar eerlijk gezegd denk ik dat het voor jazzmuzikanten al heel lastig was.

BANKEN: In de jazzwereld merk je inderdaad hoe klein België is. Dat heeft enerzijds een voordeel. Maar als je een tournee plant met je eigen groep, heb je na pakweg tien voorstellingen alle podia bezocht waar je relatief makkelijk kan optreden. Volgend jaar zal je daar niet meer spelen. Maar de kans dat je voor een groter platform geselecteerd wordt, is klein. En ook die platforms zijn beperkt.

OGIERS: In theater draait het vaak om wie je kent. Wanneer je uit een opleiding komt waarin je vier jaar lang bent opgesloten, ken je niemand. Je moet jezelf zichtbaar maken en duidelijk maken wie je bent en waar jij wil staan. Vaak weet je dat nog niet. Dat is sowieso al een zoektocht. In een klimaat zonder geld wordt dat extra moeilijk.

Het ondernemerschap in de kunst krijgt de laatste jaren steeds meer aandacht. Zijn jullie daar voldoende op voorbereid?

BANKEN: In een opleiding leer je wel waar je steun en subsidies kan vinden maar het ware leven is toch iets anders.

OGIERS: Zodra je in het veld zit, merk je hoe zakelijk je werkelijk moet zijn. Het romantische beeld van de kunstenaar die er wel komt door zijn talent klopt niet. Als een artiest niet weet wie hij moet aanspreken en hoe hij zichzelf moet verkopen, lukt het niet. Het is spijtig maar dat is de realiteit.

Dan worden we onderbroken, een jongeman vraagt waar er een dominostekker te vinden is. De vier artiesten kijken hem verbaasd aan. ‘Wij werken hier niet.’ – ‘ah, ok.’ – Van Caeneghem: ‘Wat zijn wij, gratis techniekers? Wij zijn kunstenaars, godverdomme! Kunstenaars!’ (Algemeen gelach)

Hoe is deze productie tot stand gekomen?

BANKEN: Wij kennen elkaar al lang, al van…

TRUI AMERLINCK: Van op café! (lacht)

OGIERS: We zijn twee koppels. Dat wil zeggen dat –

VAN CAENEGHEM: Dat samenwerken dodelijk is! (lacht)

OGIERS: Dat Thomas en ik en Rob en Trui een koppel zijn. Toen we ontdekten dat wij dezelfde interesses en voorkeuren hadden, besloten we eens samen te werken. Dan hebben we een fragment gevonden uit een oud radioprogramma, Groeten voor Zeelieden. Dat werd gepresenteerd door Lutgart Simoens op wat toen nog de Wereldomroep was. In het programma konden familieleden van zeevaarders een boodschap inspreken voor hun geliefden, die vaak maandenlang op zee waren. Het bijzondere was dat die zeelieden de uitzending wel konden horen maar niet konden antwoorden. De communicatie ging louter in één richting. De boodschappen van de familie gingen over de banaalste dingen zoals: ‘met het konijn in den hof gaat het zus en zo’ en ‘de jongens van de scouts missen u. Allez, daag!’ Dat ene fragment leek ons ideaal om een voorstelling rond te maken.

VAN CAENEGHEM: Toen zagen wij de oproep van VAART (nog zo’n creatiefestival in OPEK voor jonge artiesten, georganiseerd door Artforum en fABULEUS, n.v.d.r.). Toen dachten we: ‘waarom niet?’ Deze voorstelling was werkelijk een experiment.

OGIERS: Het was een laboratorium!

VAN CAENEGHEM: En wij de professoren! (lacht) Hoe dan ook kregen we bij VAART coaching van Benjamin Boutreur en hebben we drie maanden aan deze voorstelling gewerkt. Op het festival zijn we tenslotte in première gegaan. Daarna zijn we verschenen op Theater Aan Zee. Dat was fantastisch.

BANKEN: VAART heeft ons enorm vooruit geholpen. Dergelijke platforms, zoals ook Studio Cactus, zijn ongelofelijk waardevol.

OGIERS: Vooral omwille van het huidige klimaat. Bij zulke platforms krijg je nog eens een podium waar je kan experimenteren en mislukken zonder veel belangstelling van de pers. Je mag nog klooien.

VAN CAENEGHEM: De drempel om iets te maken wordt kleiner. Je kan natuurlijk ook theater maken in je woonkamer, maar dat heeft weinig zin.

AMERLINCK: Je hebt vooral een doel, een deadline waar je naartoe werkt. Dat helpt.

Waarover gaat Lieden op Zee?

VAN CAENEGHEM: Waarover? Jezus! Geen gemakkelijke vraag. In het begin ging het hierom: dat radioprogramma en dat ene fragment verschillen radicaal ten opzichte van onze tijd. Nu moeten wij elke seconde van de dag melden wat er op onze boterham ligt. Initieel wilden we dat verschil onderzoeken en wat dat betekent voor relaties, toen en nu.

BANKEN: Ook nostalgie was heel belangrijk. En dan voornamelijk de warmte die wij zelf bij het vinden van dat fragment ervoeren. Die wilden wij overdragen naar het publiek. Om samen met de toeschouwers een intiem en teder moment te creëren.

VAN CAENEGHEM: Daarnaast draait het rond de thema’s van liefde, romantiek en communicatie.

De aankondiging maakt gewag van muziektheater. Wanneer je de voorstelling bekijkt, lijkt die term misleidend.

OGIERS: In feite projecteren we tekst op een scherm. Dat begeleiden we met muziek. Het is dus PowerPoint met muziek. PowerPointillisme! (lacht)

AMERLINCK: Het is noch theater met muziek noch muziek met theater. Je kan niet één van de twee woorden vooraan zetten.

OGIERS: Over het genre en de vorm hebben we nooit nagedacht. Ook niet over andere gekende vormen van muziektheater. Ik vind dat heel gevaarlijk. Wanneer je iets maakt, mag je nooit denken: ‘maar dat bestaat al.’ Het is jouw verantwoordelijkheid om zelf iets te vertellen.

Hoe zijn jullie op die vorm gekomen?

VAN CAENEGHEM: Met heel veel geluk. Het oorspronkelijke plan zag er volkomen anders uit. Nadat we dat ene fragment hadden gevonden, hebben we verschillende archieven gecontacteerd. Daar hoopten we meerdere fragmenten te vinden. Met al die fragmenten dachten we een voorstelling te maken, of op zijn minst hoopten we daar inspiratie te vinden. Een week voor de eerste repetities bleken er geen fragmenten te bestaan.

AMERLINCK: Die waren weg. Vernietigd of verdwenen.

VAN CAENEGHEM: Dat was even moeilijk. Vervolgens zijn we teruggekeerd naar die thema’s van nostalgie, liefde en communicatie en hebben we één en een halve maand in het doolhof van die brede begrippen rondgedwaald. Wekenlang hebben we in de uiterste –

OGIERS: … shit…

VAN CAENEGHEM: … gezeten. We hebben echt alles uitgeprobeerd.

BANKEN: Ook de meest banale en onnozele dingen.

AMERLINCK: We hebben op de grond zitten dweilen, een radiostudio nagespeeld…

VAN CAENEGHEM: (met nasale jaren 50 radiostem) ‘Frederik komt toe op de studio! Daar zit Marianne, ze heeft haar wanten aangetrokken!’ (algemeen gelach) Dat was vreselijk. Ik weet absoluut niet meer hoe we bij de uiteindelijke vorm zijn uitgekomen. Dat was pas vijf dagen voor de première.

AMERLINCK: Veertien.

VAN CAENEGHEM: Echt? zet vijf, dat is cool voor de lezers!

AMERLINCK: We hebben veel omwegen nodig gehad om die vorm te vinden. Toen de tijdsdruk werkelijk groot werd, heeft Thomas de tekst die we geschreven hadden eens uit elkaar geknipt en in fragmenten geprojecteerd. Het was werkelijk een ‘laatste kans’-experiment. Plots bleek die vorm volledig te kloppen, daarin zat alles wat we wilden vertellen. Maar het was een zwaar proces.

VAN CAENEGHEM: We hadden hier even goed maar met drie kunnen zitten. Niet dat iemand zou zijn opgestapt; ik bedoel moord. Brute moord. (lacht)

OGIERS: Ondanks het moeizame proces waren de voorstellingen wel zo leuk dat we meer willen doen.

Er zijn dus toekomstplannen?

VAN CAENEGHEM: We ontdekten dat deze voorstelling heel veel bleek te omvatten. Toen dachten we: ‘waarom niet verder gaan en een waar gezelschap vormen in plaats van een tijdelijk project?’

OGIERS: Daarnaast schreeuwt de voorstelling om een tweede deel. Maar veel mogen we daar nog niet over zeggen! (lacht)

Ik kijk er alvast naar uit. Hartelijk bedankt!

 

Tags: , , , , , , , ,


About the Author


Back to Top ↑

CPSM1 CQE CSQA CSSBB CSTE CTAL-TA_Syll2012 E20-002 E20-005 E20-329 E20-517 E20-547 E20-891 642-874 642-889 642-998 642-999 644-066 644-068 646-048 646-205 646-985 648-244 648-247 9A0-150 9A0-152 9A0-154 9A0-164 9L0-410 9L0-412 9L0-806 A00-202 A00-260 A2010-570 A2010-651 1z1-051 Certification 1Z1-052 1Z1-061 1Z1-102 1Z1-456 1Z1-457 1Z1-506 1Z1-560 200-001 200-530 220-801 dumps CPA CPP CTAL-TM_Syll2012 E10-001 E20-007 E20-335 E20-370 E20-485 E20-545 E20-597 E20-690 E20-816 E20-818 E20-885