700-039 312-50exam MA0-101exam SK0-004pdf ASF 70-494 pdf 70-673exam C9560-503 98-367 70-534dump NS0-505 70-342exam pdf CHFP 070-410practice exam 1V0-603 pdf 1Z0-804pdf C8010-250 312-50V9 pdf C2150-508 98-368pdf займы онлайн займ на карту кредит онлайн на карту микрозаймы онлайн микрозайм онлайн микрозаймы займы на карту займ онлайн микрозаймы на карту кредит на карту займы онлайн на карту микрозайм на карту кредит на карту онлайн срочный займ на карту займ онлайн на карту
Essays birdman whiplash foxcatcher

Published on maart 7th, 2015 | by Bavo Blanckaert

0

Oscar- en eerzucht

Over Birdman, Whiplash en Foxcatcher

Nu de Oscarbuzz weer is gaan liggen, beseffen we andermaal met schaamrood op de wangen dat de filmkunst te veel een wereldfenomeen is om ze door dat gedweep met lokale want louter Amerikaanse beeldjes te laten overschaduwen. Toch willen we een paar van de Oscarfilms nog eens van naderbij bekijken. Want wat blijkt: God, wat lijken ze op elkaar. De grote winnaar Birdman, de verrassende debuutfilm Whiplash en het kleine maar fijne Foxcatcher zijn dragers van hetzelfde DNA. Alle zijn het films over sterren, over mensen die gezien willen worden en de vraag wat ze daarbij zelf precies om zich heen zien. En wat laten ze ons, als toeschouwer, daarbij ontdekken?

Zichtbaarheid

De gelijkenis tussen de films begint immers bij ons: in Birdman, Whiplash en Foxcatcher vangen we telkens een glimp van onszelf op, dat wil zeggen: van een publiek. Heel expliciet. Vaak in het schemerduister met wat tegenlicht, als point of view van iemand die op het podium in de zaal tuurt. De drie films spelen zich hoofdzakelijk op een bühne af en in de coulissen daarvan. Het doet er dan niet toe of hun verhalen zich in de theater- (Birdman), de muziek- (Whiplash) of de sportwereld (Foxcatcher) ontrollen. We volgen tomeloze personages die zich uit de naad werken om zichzelf in de schijnwerpers een ongekende zichtbaarheid te verlenen. Daarbij gaan ze ervan uit dat enkel die zichtbaarheid hun leven glans kan geven. Hoe zichtbaarder, hoe meer leven. De Franse romancier Raymond Queneau schreef in zijn boek Le Chiendent (1933) dat ‘er twee kanten aan het leven [zijn]… Er is het Leven in het licht en het Leven in het donker; in het licht wordt het beheerst door de angst en in het donker door het Geluk. Vivons cachés pour vivre heureux.’ Voor de personages in de films lijkt alleen het omgekeerde credo waar.

Iets achterlaten

Riggan (Michael Keaton) doet er alles aan om op Broadway zijn acteercarrière weer te lanceren nadat hij een laatste Hollywoodrol als superheld Birdman weigerde en zo in de vergetelheid belandde. Andrew Neimann (Miles Teller) zet in Whiplash alles op alles om ‘de beste jazzdrummer aller tijden’ te worden en boekt zich zo al oefenende een ticketje richting obsessie én depressie. En de worstelaar Mark Schultz (Channing Tatum) gooit in Foxcatcher lijf en leden in de strijd om op de Spelen een Olympische medaille te verzilveren. De gedachte uit deze wereld te verdwijnen zonder een spoor na te laten lijkt voor al deze personages evenredig met helemaal niet te hebben bestaan. De vraag is natuurlijk hoeveel en wat je precies moet doen om door anderen erkend te worden. En welke erkenning het leven het meest de moeite waard maakt. De houding van deze personages contrasteert met die van Alan Turing, de sleutelfiguur uit nog een Oscarfilm, The Imitation Game. Turing ontcijferde net in alle luwte de door de nazi’s gebezigde en als onkraakbaar geboekstaafde Enigmacode. Dankzij hem werd er sneller een einde aan de Tweede Wereldoorlog gemaakt, maar in faam leek hij niet geïnteresseerd. Alan Turing ontwierp echt de technologische basis voor de hedendaagse computer, maar bij leven kreeg hij nooit de erkenning die hij voor dat alles verdiende.

Eigenbelang

Ligt de reden voor dat attitudeverschil in het feit dat The Imitation Game een Britse film over een Britse figuur is en de dramatis personae uit Birdman, Whiplash en Foxcatcher de Amerikaanse Droom vertegenwoordigen? Ach, uiteindelijk blijken niet alleen Alan Turing, maar ook de Amerikaanse filmfiguren eerder tragische figuren dan traditionele helden. Ze zijn tegelijk de uitdragers én de slachtoffers van de succesideologieën die roem aan geluk gelijkstellen. Kijk maar naar Whiplash. Niet alleen drumkampioen Andrew ontpopt zich er tot een onsympathieke neuroot die alles in zijn bestaan naar de haaien laat gaan enkel om een geslaagde muziekcarrière te starten, ook zijn beruchte leraar Fletcher (J.K. Simmons) moet net om zijn droom in vervulling te zien gaan, het opleiden van een nieuwe Charlie Parker, eerst alle andere belangrijke dingen in zijn leven op het spel zetten. Het heeft iets religieus, dat lijden voor een hogere zaak, al voltrekt het lijden in deze films zich in de eerste plaats in naam van het eigenbelang. De pijn die de personages doorworstelen moet ervoor zorgen dat de aandacht nog meer naar hen toe gezogen wordt. En Christus liet zich natuurlijk niet kruisigen om een spetterend showtje weg te geven. Wat niet wegneemt dat het hem gelukt is om op heel wat plekken als een ster aan de devote muur te schitteren.

Catastrofe

Ook Foxcatcher neemt Bijbelse proporties aan. De film laat zich lezen als een hervertelling van Kaïn en Abel, zoals elk verhaal over een broedertwist dat een beetje doet. Maar werd de jaloezie bij de Bijbelbroers nog opgewekt door de ondoorgrondelijke beslissingen van een mystieke God, dan zijn de strubbelingen waar Mark en David Schultz in terechtkomen het gevolg van de behaagzieke zetten van een Amerikaanse miljonair met een Caesarkop en een moedercomplex (Steve Carell). De miljonair werpt zich als de mecenas van de broers op en bestiert zo hun levens(s)lot. We zien de catastrofe natuurlijk al van ver aankomen, zoals we ze in alle films almaar naderbij en steeds minder onder de oppervlakte voelen broeien. En toch leven we telkens met de personages mee, toch hopen we elke keer tegen beter weten in dat ze hun noodlot voortijdig zullen kunnen keren. Want we zijn zelf natuurlijk ook hongerkunstenaars die uitentreuren naar voorspoed en waardering lonken. We zijn zelf geen haar beter dan de geportretteerden. Het is een spel van identificatie. Ook dat laten deze films ons zien: dat elke toeschouwer eigenlijk naar een bühne verlangt en er net daarom naar komt kijken. De aanblik van het succes van diegenen die zich erop bevinden houdt de vlam van onze eigen triomfdroom brandende. Net zoals hun mislukkingen onze ‘normaliteit’ bevestigen: zo roekeloos rechtdoorzee zijn wij tenminste niet, denken we dan. Hoe sterk de bries van het besefte tegendeel diep vanbinnen soms ook waait.

Grauwe middenweg

Walgt iedereen niet van middelmatigheid? Niet toevallig is Birdman de film die de Griekse mythe van Icarus, de peetvader van alle hoogmoedige Vogelmannen, in herinnering brengt. Icarus was de jongen wier vleugelveren met was waren samengeklit. Hij vloog te dicht bij de zon en stortte neer. Had hij te laag gevlogen, dan zou het zeewater zijn vleugels hebben verzwaard. ‘Vlieg ertussenin,’ luidde de aanmaning van Icarus’ vader daarom. Alleen in de middenweg schuilt berusting. Maar Icarus negeerde de middenweg. Zoals Birdman-protagonist Riggan er bang voor is. Hij slaagt er niet in om dicht genoeg bij de aarde te scheren om zijn taak als echtgenoot en vader volwaardig op zich te nemen, hoe graag hij dat ook wil. En evenmin is het hem gelukt om zijn carrière in Hollywood, waar alles altijd uiterste en hoogtepunt is, in de lucht te houden. Hij vertoeft in een grijze zone. Het is dat gevoel van eeuwig ergens tussenin te zitten dat hem boos en verward maakt. Want in het tussengebied mogen de dingen dan wel stabiel zijn, helemaal doorleefd worden ze nooit. Voor Riggan en de andere personages in de andere films is het centrum niet de kern. Alleen de grenservaring blaast voldoening in. Gaan ze op hun muil, dan wordt het leven nog steeds meer be-leefd. Er zitten nog meer spelletjes tussen hoog en laag in Birdman. Let maar op al die kikker- en vogelperspectieven, die vallen evenzeer op als de immense plan séquence waarin ze liggen vervat. En Birdman is natuurlijk ook een plezierig opstel over de zogenaamde hoge en lage cultuur en de vervaging in het onderscheid daarvan: hoe verhouden Raymond Carver, Broadway en superheldenspektakels zich tegenover elkaar?

Verabsolutie

In hun hunkering naar het uiterste en het extreme slagen de figuren uit Birdman, Whiplash en Foxcatcher voor ze het weten de weg van de waanzin in. Want ‘krankzinnigheid is eigenlijk slechts een gemis aan een gevoel voor proportie,’ liet Virginia Woolf een van haar personages in Mrs. Dalloway optekenen. In de afweegvraag waar en wanneer precies de linie tussen passie en manie overgestoken wordt, doen de drie films ook denken aan het oeuvre van de Amerikaans-Joodse regisseur Darren Aronofsky, die zich met Requiem for a Dream (2000), The Wrestler (2008), Black Swan (2010) en Noah (2014) als de filmer van obsessies bij uitstek opwierp. Meer dan in dit besproken drietal films, kijken we in de films van Aronofsky, in een paradox die de cinema eigen is, niet alleen naar overkop gaande personages, maar ook met en door hen, via hun ogen, naar de wereld. Met veel audiovisuele stijlfiguren zijn we er getuigen van hun hallucinaties en nachtmerries. Van dergelijke concreet verbeelde subjectieve vertekeningen van de werkelijkheid blijven we in Whiplash en Foxcatcher gespaard. Alleen Birdman durft er zich dubieus aan te wagen. Maar dat totalitaire, dat verabsoluteren van op zich kostbare waarden in de zoektocht naar absolutie: dat zit er natuurlijk wel drie keer in. Drie keer lijken de personages zichzelf pas te kunnen vergeven en het gevoel te hebben door iemand anders vergeven te kunnen worden wanneer ze immer voluit, immer nietsontziend, dat éne doel nastreven. Dat totalitaire maakt van de films, naast intieme microverhalen, ook politieke werkstukken. Hoe snel zijn we bereid voor die ene blinde ideologie al de rest terzijde te schuiven?

The sky is the limit

We weten dat het gevaarlijk is, maar toch zien we die blindheid graag. Want om de eer en de kleinering, het zegevieren en het knarsetanden, de podiumbestijgingen en het in de zaal weglachen van de nederlaag, het applaus en de terechtstelling omwille van de juiste of verkeerde garderobekeuze en om de immer over de grens van de sentimentaliteit spartelende speeches, kijken we natuurlijk ook naar de Oscarceremonie. Als de wereld een toneel is, dan is het een strijdtoneel. En het hele mediacircus kijkt met ons mee. En straks zetten we het Vier-programma The Sky is the Limit nog eens op, waarin we gniffelend en smalend, maar stiekem ook een heel klein beetje hetzelfde verlangend, naar het reilen en zeilen van een sliert Belgische miljonairs kijken die ‘het’ al gemaakt hebben. Ontspannend! Toch? Ook al zijn Birdman, Whiplash en Foxcatcher geen films die ik snel opnieuw wil zien, ze dansen wel plezante gedachtewalsen met elkaar.

Tags: , ,


About the Author


Back to Top ↑

CPSM1 CQE CSQA CSSBB CSTE CTAL-TA_Syll2012 E20-002 E20-005 E20-329 E20-517 E20-547 E20-891 642-874 642-889 642-998 642-999 644-066 644-068 646-048 646-205 646-985 648-244 648-247 9A0-150 9A0-152 9A0-154 9A0-164 9L0-410 9L0-412 9L0-806 A00-202 A00-260 A2010-570 A2010-651 1z1-051 Certification 1Z1-052 1Z1-061 1Z1-102 1Z1-456 1Z1-457 1Z1-506 1Z1-560 200-001 200-530 220-801 dumps CPA CPP CTAL-TM_Syll2012 E10-001 E20-007 E20-335 E20-370 E20-485 E20-545 E20-597 E20-690 E20-816 E20-818 E20-885