700-039 312-50exam MA0-101exam SK0-004pdf ASF 70-494 pdf 70-673exam C9560-503 98-367 70-534dump NS0-505 70-342exam pdf CHFP 070-410practice exam 1V0-603 pdf 1Z0-804pdf C8010-250 312-50V9 pdf C2150-508 98-368pdf займы онлайн займ на карту кредит онлайн на карту микрозаймы онлайн микрозайм онлайн микрозаймы займы на карту займ онлайн микрозаймы на карту кредит на карту займы онлайн на карту микрозайм на карту кредит на карту онлайн срочный займ на карту займ онлайн на карту
Reviews Terminator-Genisys-T-800

Published on juli 20th, 2015 | by Bavo Blanckaert

0

Terminator Genisys – Alan Taylor

Op het internet slepen heel wat recensenten hun pen om Terminator: Genisys, het vijfde deel in de Terminatorreeks, vilein de grond in te boren. Jammer, want Terminator: Genisys is misschien geen zinderende, het is wel een swingende film. Hij grossiert als elastische spreidstandoefening tussen bewuste knulligheid en verzorgde productiewaarden: geen wonder dat ons oordeelkompas tilt dreigt te slaan. Gammele ideeënsamenraapsels laten zich moeilijk benaderen, maar bevat een heerlijke stamppot niet altijd ook fijne verrassingen?

Wij noch de film winden er doekjes om: Terminator Genisys kent zijn slordigheden. Kijk naar dat verhaal. De film start in 2029, wanneer de oorlog tussen mensen en machines, die de hele Terminatorreeks typeert, in volle hevigheid woedt. John Connor (Jason Clarke) stuurt zijn protegé Kyle Reese (Jai Courtney) via een teletijdmachine terug naar het jaar 1984. Daar moet de jonge soldaat voor de veiligheid van Connors moeder instaan. Want wordt zij door een -eveneens uit de toekomst teruggezapte- machine om het leven gebracht, dan kan van een latere John Connor geen sprake meer zijn. En zonder John Connor, geen toekomstig verzetsleger. Maar Connors moeder (Emilia Clarke) wordt al beschermd door een Terminator, meneer Arnold Schwarzenegger, en ze is zelf van plan om naar 1997 te reizen om te verhinderen dat Judgement Day geschiedt. Dat is in de verhaalsaga nog steeds de doemdag waarop de machines de mensen overmeesteren.

Tijdreizen in je verhaal incorporeren betekent dat je je als scenarist altijd een beetje in de problemen schrijft. Terminator: Genisys nu is een goede film omdat hij die problemen net niét verdoezelt. In breed-ostentatieve gestes wordt de hommeles zelfs op een hoge hoop gegooid: niet alleen breekt deze film met de chronologie uit de vorige delen, in grage gretigheid lopen ook alternatieve tijdslijnen, verschillende versies van hetzelfde personage en verscheidene halve en hele afgewerkte narratieve delen losbandig door elkaar. Nogal onnozel als je een verzorgd verhaaltje verwacht? Jawel. Maar misschien moet je anders kijken. Misschien moet je deze gedachten volgen –het kunnen die van de makers zijn: houden sciencefictionverhalen in al hun fantastische trammelant altijd weinig tot geen steek, laat het tekort aan logica dan zo ver doorgetrokken worden tot het helemaal een ravissante ratjetoe wordt. Wat overschiet is misschien geen onkunde meer, maar spel: de genrewetten worden dan in alle extremiteit bespeeld omdat ze in alle zelfbewustzijn toch nooit kunnen knappen.

Het lijkt een zwakke rechtvaardiging om schaamteloos all the way te gaan, maar misschien is er meer aan de hand. Dat extreme doortrekken is misschien een manier om hedendaagse sciencefiction fris te houden, en vooral: om een breder, door de filmkunst verbeelde, wereldvisie bij te benen. Valt het niet op dat een film als Terminator: Genisys plots erg aansluit bij wat we ‘moderne cinema’ zijn gaan noemen? Klassieke films, zoals onder andere gedefinieerd door Gilles Deleuze, worden bevolkt door personages die constant actie ondernemen en zich daardoor een welbepaalde plek in tijd en ruimte toe-eigenen. Door voortdurend te weten waar en ‘wanneer’ ze zijn en wat ze op basis van die tijd-ruimtecoördinaten moeten doen, stroomlijnen ze de verhaaltjes waarin ze de hoofdrol spelen tot gesloten structuren waarin alle losse eindjes afgehandeld worden. In moderne cinema daarentegen leven personages in tijdsruimtelijke niemandslanden. Als zoekende wezens existeren ze evenzeer in pijnlijke herinneringen van een niet-afgesloten verleden, in onrealiseerbare toekomstplannen en in een heden dat weinig tot geen mogelijkheden biedt. Niet verwonderlijk dat ze er niet in slagen hun angsten tot rust te brengen en ze tot passieve subjecten verstarren. De protagonisten in de films van pakweg Michelangelo Antonioni of Ingmar Bergman blijven dan ook ter plaatse trappelen: op het einde van die films is er nauwelijks iets opgelost.

Kijk nu wat er in Terminator: Genisys gebeurt. Schwarzenegger en zijn filmvrienden zijn dan wel drukdoende om actie te ondernemen -net zoals hun klassieke voorgangers dat deden-, ze zijn de coördinaten van tijd en ruimte eveneens kwijt. Hier niet zozeer omdat ze mentale wrakken zijn, maar omdat de high-techwereld hun het fysieke gevoel dat het leven zich hic et nunc afspeelt niet gunt. Ook al slagen ze erin de wereld tijdelijk voor onheil te behoeden, omdat verschillende tijden en personagevarianten elkaar onophoudelijk kruisen en dooreen worden geklutst, kunnen ze van hun veiligheid nooit werkelijk zeker zijn. In navolging van de cinema van de moderniteit presenteert het universum van Terminator: Genisys zich als een onbedwingbare draaikolk waarvan onrust de onbedwingbare motor is. Afwikkeling is er een illusie eigen aan de episodestructuur die elk afzonderlijk deel telkens ergens een halt moet toeroepen. In de volgende aflevering banen dreiging en terreur zich via een scheur in de ene of de andere verbrokkelde tijdskromme zich opnieuw een duivelse zelfbeschikkingsweg en is het hek andermaal van de dam.

Tegenover het thema van de massale versplintering plaatst Terminator: Genisys niet toevallig het thema van de extreme verbindingsutopie. Het grootste gevaar in de film komt van het megaconcern Skynet, dat een applicatie ontwikkeld heeft om alle op geglobaliseerde schaal gebruikte technologie compact aan elkaar te linken. Van computers via smartphones tot GPS-systemen: het door hen bedachte programma Genisys vervult de breed verbreide techneutenwens om tools via één en hetzelfde overkoepelende netwerk te bedienen. Net dat programma wordt nu door een antagonistische vernietigingszucht bezield. Eens alles zonder enige voorwaarden met alles wordt geconnecteerd, is het voor de boze macht niet moeilijk meer om in een enkele ommezwaai de hele mensheid aan de machines te knechten. De Terminator-films waren altijd al een verbeelding van Günther Anders’ stelling dat de mens zichzelf in de stroom van immer nieuwere technologische snufjes tot een antiek meubelstuk reduceert, maar nu is onze hang naar onvoorwaardelijke connectiemanie, als monsterlijk conformismeoptimum, daar wel heel expliciet de katalysator van.

Het is alsof de film ons influistert dat we van chaotische fragmentatie meer heil mogen verwachten dan van koppige koppelkunst die zonder differentie de dingen aan elkaar linkt. Nog liever een wereld waarin alles via onvatbare toverwetten grillig door elkaar schiet -en we dus niet weten wie of wat wanneer door welke tijdsscheur opduikt- dan een orde waarin de dingen via geplaveide wegen meteen voor iedereen toegankelijk zijn. Ook al impliceert dat daardoor dat we onszelf alle helderheid ontzeggen: in de hermetische wirwar ligt meer hoop besloten dan in glasheldere passe partout-uniformiteit. Pas in een paranoïde ruimte waarin tijden, mensen en dingen zich tot onvoorspelbare veelzijdigheden kunnen ontpoppen, kan naast het kwade ook een plek bestaan waar het mooie, het waardevolle en het ándere verschijnt. Slechts dat wat onberekenbaar is, kan een einde aan de hegemonie maken, in dit geval aan Genisys. Een wispelturig universum wordt dan de voorwaarde voor het opflakkeren van een lichtje dat in het afgemeten, totale schema-inzicht al bij aanvang onzichtbaar was. Daarom is Terminator: Genisys zo’n knoeiboel. Hij breekt inhoudelijk een lans voor liefdevolle divergentie. Niet verwonderlijk dan dat ook de vorm zich zo verbrokkelt, vol gaten, onafgewerktheden en afsplitsingen van afsplitsingen van afsplitsingen, ad infinitum, presenteert.

Wat knullig en slordig leek wordt zo een overwogen zet. Terminator: Genisys is een dure, visueel overweldigende blockbuster die schoorvoetend (oké, ook met veel domme moppen en luide explosies) aansluiting zoekt bij een moderne filmpoëtica die de wereld als een onsamenhangend geheel afschildert en die incoherentie innig omarmt. Zo verschillen die om elkaar heen draaiende tijdsclusters in deze film niet veel van de schitterende slotsequentie uit Apichatpong Weerasethakuls Uncle Boonmee who can recall his past lives (2010). Die gelauwerde, onder andere met een Gouden Palm bekroonde, Thaise film eindigde met een monnik die tegelijkertijd in een hotel naar tv blijft kijken en met zijn tante op restaurant gaat, alsof de tijd nu eenmaal altijd van plooibare en uitvouwbare materie is gemaakt. Wij zijn schansspringers, zeggen beide films ons, die ergens boven de schans in het ijle bevriezen. In de een of andere onbevattelijke zin zijn wij wezens behept met het vermogen om met ons ene been in de ene wereld en met ons andere in een tweede te vertoeven. Niet moeilijk dat we ons, voor we het weten, in onontwarbare kluwens verstrikken.

Terminator: Genisys is ook een erg grappige film. Of moet je een scène waarin meneer Schwarzenegger achterwaarts uit een voortrazende auto wordt gekatapulteerd, als een springbal op het asfalt botst en zo, hoofd vooruit, doorheen de voorruit van de achterliggende wagen schiet, waarbij hij met scheve grijns een debiele oneliner debiteert, serieus nemen? Nee hoor! Terminator: Genisys toont schouderophalend de debielste dingen om dan plots iets serieus te willen poneren. Hij mixt tijden en werelden en filmverhalen door elkaar terwijl hij als singulier deel-van-het-geheel ook op zichzelf probeert te staan. De film doet zich als een klassieke actiefilm voor, maar laat zijn wereldbeeld tot moderne splinters exploderen. Het is makkelijk om je bij al die schizofrenie een beetje verweesd te voelen, maar veel fijner is het om het spel mee te spelen. Door het kluwen te fêteren, doen we onze eigen kronkels alleen maar alle eer aan.

Tags: , , ,


About the Author


Back to Top ↑

CPSM1 CQE CSQA CSSBB CSTE CTAL-TA_Syll2012 E20-002 E20-005 E20-329 E20-517 E20-547 E20-891 642-874 642-889 642-998 642-999 644-066 644-068 646-048 646-205 646-985 648-244 648-247 9A0-150 9A0-152 9A0-154 9A0-164 9L0-410 9L0-412 9L0-806 A00-202 A00-260 A2010-570 A2010-651 1z1-051 Certification 1Z1-052 1Z1-061 1Z1-102 1Z1-456 1Z1-457 1Z1-506 1Z1-560 200-001 200-530 220-801 dumps CPA CPP CTAL-TM_Syll2012 E10-001 E20-007 E20-335 E20-370 E20-485 E20-545 E20-597 E20-690 E20-816 E20-818 E20-885