700-039 312-50exam MA0-101exam SK0-004pdf ASF 70-494 pdf 70-673exam C9560-503 98-367 70-534dump NS0-505 70-342exam pdf CHFP 070-410practice exam 1V0-603 pdf 1Z0-804pdf C8010-250 312-50V9 pdf C2150-508 98-368pdf займы онлайн займ на карту кредит онлайн на карту микрозаймы онлайн микрозайм онлайн микрозаймы займы на карту займ онлайн микрозаймы на карту кредит на карту займы онлайн на карту микрозайм на карту кредит на карту онлайн срочный займ на карту займ онлайн на карту
Essays Wachten op Godot

Published on februari 16th, 2015 | by Ginette Bauwens

0

‘Wachten op Godot’ of de moed om te zijn

Omstreeks de vijfde eeuw bemerkte Cassianus (1) als eerste iemand die zich verveelde. Hij observeerde hem en trachtte de verveling te bestrijden als een ziekte of een zonde. Vanaf Cassianus is de verveling dikwijls een studieobject geweest. Kierkegaard en Hegel beschreven de verveling en bij Fellini krijgen we zelfs het thema in de film te zien. Wat toneel betreft is Ping Pong van Arthur Adamov (2) misschien het meest markante.

De verveling is niets nieuws en ze uit zich dan ook op de meest uiteenlopende wijzen. De feesten, zoals ze zich soms als niet-feest bij ons voordoen, kunnen gezien worden als een sociale uiting van de massa: verveling. Daarnaast is er ook een vorm van asociale verveling, zoals vandalisme. Het is bijna niet te geloven hoeveel mensen stukmaken uit pure verveling. Heel lang geleden werd in een huisje van een vriend van mij ingebroken. Er bleek niets ontvreemd te zijn, maar alles was stukgeslagen – geen stoel of tafel was nog herkenbaar – een verbijsterende herinnering. Er werd een onderzoek ingesteld: het bleek het werk te zijn van veertienjarigen, kleine schrikduivels. De verveling, het echt niet weten wat te doen, had hen zo ver gedreven. Nu ik in het centrum van Brussel woon, zie ik ook dikwijls uitingen van vandalisme of erger die enkel en alleen met verveling te maken hebben.

En attendant Godot, het stuk van Samuel Beckett, geeft ons een precieze beschrijving van metafysische verveling. Hij brengt de totale verveling op het toneel. Twee mannen, Vladimir en Estragon, zitten bij een kromgegroeide boom en wachten. Waarop ze wachten heeft geen belang, ze wachten om de tijd te doden. Misschien geloven ze ergens in een onzichtbare gids, een helper… Godot, het geloof in de verlossing, een blijde boodschap die de verlossing inhoudt? Godot is de som van alle menselijke hoop, het antwoord op de vraag zonder antwoord, schrijft Gérard Durozoi (3). Het absolute is onbereikbaar. Ze weten dat Godot nooit op de afspraak zal komen, maar ze blijven wachten zonder hoop – een hopeloos wachten.

Ze wachten altijd op dezelfde plaats en altijd in dezelfde tijd. Het enige verschil in de tijd kan je zien aan de boom: kaal in de eerste akte, blaadjes in de tweede. Maar eigenlijk verandert er niets: de nieuwe dag is geen nieuwe dag, maar dezelfde als de vorige. Er gebeurt niets in het stuk, maar is dit niet enigszins te vergelijken met onze existentie?

En toch laten de twee mannen die op het toneel gebracht zijn ons niet koud, ze beleven niets en toch kijken we in spanning. Het stuk heeft iets van een testament, een wilsverklaring bij de dood, een aankondiging van Het Einde, een hulpkreet of misschien wel een doodslied.

Ik denk dat het stuk geplaatst moet worden tussen de meesterstukken in de geschiedenis van het theater. Het is vreemd dat een stuk dat de realiteit toont vreemd aandoet, zoals men bij het beeld van een radiografie van zijn eigen hersentumor dit ook als vreemd ervaart.

Het koppel Vladimir en Estragon doet ons denken aan Gogo en Didi, de clown en de august, of een simpele voorstelling van een complexe relatie. Het gaat hier om twee mensen die elkaar niet begrijpen en daarom lachen we, maar we beseffen bijna op hetzelfde moment dat we hier evengoed om kunnen wenen.

Ik herinner me in dit verband nog iets uit mijn kinderjaren: toen een clown het viooltje van zijn medespeler August kapotmaakte en deze met grote stralen begon te wenen, was ook ik ontroostbaar. En toch gaat het in de realiteit net hierom: ondanks de liefde die we elkaar geven, blijven we dikwijls brutaal van elkaar gescheiden. En dat is net het koppel van waaruit Beckett vertrekt. Hij neemt de opsmuk en de maskers van het circus weg en laat de werkelijkheid verschijnen. Hij neemt de rode neus weg en alle andere attributen en hij werpt ze op het toneel, ze zijn als geworpen en ze wachten, ze vervelen zich en ze spelen. Ze komen nooit tot een echt gesprek. Ze hebben elkaar nodig, maar komen nooit echt bij elkaar. Ze vragen hulp, ze geven tekens, maar niemand antwoordt – noch de toekomst, noch Godot.

Het is het spektakel van de verscheurdheid.

En wij toeschouwers, we lachen, maar is onze lach niet vals? Lachen we eigenlijk niet omdat we onszelf herkend hebben?

Vladimir is een analist, een filosoof, maar hij kan geen antwoord vinden op zijn eigen vragen. Hij heeft de pest aan geestige, beestige verhalen. Estragon is het intuïtieve wezen, hij tracht zoveel mogelijk niet te denken, te vergeten. Hij vertelt geestige, beestige verhalen. Het koppel verschilt dus, ze zijn totaal anders, en zo leven ze in de onmogelijkheid om samen te leven. Geen woord brengt hen nader tot de ander, geen handeling verandert iets aan de toestand. Ze trachten elkaar voortdurend te verlaten, maar zelfs daar slagen ze niet in. Liefde blijkt bijna altijd een mislukking, maar misschien is het sadomasochistische lijden beter dan alleen zijn.

De eenzaamheid verschijnt hier dus als iets dat onafscheidelijk is van het menselijke bestaan. De personages lijden, ze willen een einde stellen aan deze foltering, maar ze slagen er niet in. Ze weten, ze beseffen dat het allemaal nutteloos is: “het heeft geen zin,” zijn de beginwoorden. Dezelfde dialoog herhaalt zich steeds weer: Allons-nous? / On ne peut pas. / Pourquoi? / On attend Godot.

“Laten we gaan,” zegt Estragon op het einde, maar ze blijven staan. Als het doek valt, kan het spel opnieuw gespeeld worden. In het traditionele theater wachten de toeschouwers om te zien wat er gaat gebeuren, maar Beckett brengt het wachten zelf op de scène.

(1) Cassianus: monnik die de woestijnvaders bestuurde in Egypte en hierin een model voor de christelijke spiritualiteit vond.
(2) Arthur Adamov: Frans toneelschrijver van Russische afkomst, representant van het absurde toneel.
(3) zie “Beckett”, Gérard Durozoi, uitgeverij Bordas, 1972.
 

Tags: ,


About the Author


Back to Top ↑

CPSM1 CQE CSQA CSSBB CSTE CTAL-TA_Syll2012 E20-002 E20-005 E20-329 E20-517 E20-547 E20-891 642-874 642-889 642-998 642-999 644-066 644-068 646-048 646-205 646-985 648-244 648-247 9A0-150 9A0-152 9A0-154 9A0-164 9L0-410 9L0-412 9L0-806 A00-202 A00-260 A2010-570 A2010-651 1z1-051 Certification 1Z1-052 1Z1-061 1Z1-102 1Z1-456 1Z1-457 1Z1-506 1Z1-560 200-001 200-530 220-801 dumps CPA CPP CTAL-TM_Syll2012 E10-001 E20-007 E20-335 E20-370 E20-485 E20-545 E20-597 E20-690 E20-816 E20-818 E20-885