700-039 312-50exam MA0-101exam SK0-004pdf ASF 70-494 pdf 70-673exam C9560-503 98-367 70-534dump NS0-505 70-342exam pdf CHFP 070-410practice exam 1V0-603 pdf 1Z0-804pdf C8010-250 312-50V9 pdf C2150-508 98-368pdf займы онлайн займ на карту кредит онлайн на карту микрозаймы онлайн микрозайм онлайн микрозаймы займы на карту займ онлайн микрозаймы на карту кредит на карту займы онлайн на карту микрозайм на карту кредит на карту онлайн срочный займ на карту займ онлайн на карту
Essays Charles Baudelaire

Published on april 2nd, 2015 | by Clara Bolle

1

Zoetheid die fascineert: waarom wij in de negentiende eeuw leven

De luchtstroom langs mijn gezicht en het aanzwellend gebulder zeggen me dat de metro er elk moment aan kan komen. Opgelucht haal ik adem. Ik ben net op tijd. De deuren schuiven open en enkele mensen stappen uit. Deze halte, in een buitenwijk van de stad, is niet zo druk. De mensen komen alleen hier voor de dierentuin of omdat ze er wonen. Alle zitplaatsen zijn bezet. Gelukkig hoef ik maar twee haltes tot het centrum. Niemand kijkt op wanneer ik binnenstap. Een jongen kijkt me zijdelings aan. Vooral geen oogcontact maken, lijkt zijn houding te zeggen. Hier is iedereen bezig met zijn smartphone: het nieuws lezen, muziek luisteren, berichtjes sturen, video’s bekijken. Ondanks de oorverdovende stilte is het heel druk in de metro. We zijn vergroeid met onze smartphones. Dag en nacht gloeit het blauwe licht in onze gezichten. De vraag is niet of robots ooit ons dagelijks leven overnemen, maar wanneer we zelf tot een robot transformeren.

De metro loopt leeg bij de halte voor het centrum. Links voor het warenhuis en rechts voor de winkelstraten. De massa maakt haar keuze, maakt een keuze voor mij. Het wordt het warenhuis. Hoe lang nog zal het bestaan? Wat is de houdbaarheidsdatum van een honderdvijftigjarige? Dozen champagne, leren tassen, dassen, jurken en flessen parfum. Verkoopsters en verkopers schieten je aan en vragen of je een nieuw luchtje wil uitproberen of je haar wil laten krullen. Het paradijs voor de vrouw. Ik neem de roltrap naar de restauratie. Sinds mijn vijftiende kom ik hier voor mijn wekelijkse chocoladetaartje. Ook hier wordt niet gesproken. Er wordt vluchtig gekeken: naar tas, naar schoenen en kleren, naar haar en make-up, naar lichaam en leeftijd.

Kortstondige ontmoetingen met de blik gericht op het scherm. Zo is mijn middag in de stad. Op het internet vinden de ontmoetingen plaats. Het vertrouwen in de nieuwe media is over het algemeen ongelooflijk groot, enkele critici daargelaten. Mensen leren elkaar kennen via datingsites, men bestelt een jurk via de webshop en doet zijn bankzaken via het wereldwijde web. De toekomst zal hel oplichten van alle schermen. Het doet denken aan het grenzeloze vertrouwen in de techniek eind negentiende eeuw. De industriële revolutie en met haar de wetenschap zou ons aan meer groei en vooruitgang helpen. De wereld van het internet en de bijbehorende apparaten beloven eenzelfde toekomst. Een toekomst van vrijheid, van zelfvervolmaking. Je eigen wereld per direct beschikbaar in een hologram.

Er is echter in onze tijd ook een andere beweging aan de gang, een beweging tegen het vooruitgangsgeloof, die net als de industriële revolutie haar oorsprong vindt in de negentiende eeuw. Deze beweging gaat niet uit van een lineaire tijdsopvatting met een afgebakend verleden, een heden en een rooskleurige toekomst. Deze beweging kent namelijk geen tijd. Met de invloed van de psychoanalyse uit de negentiende eeuw lopen heden, verleden en toekomst in elkaar over via dromen, lusten, verlangens en herinneringen. Het is een stream of consciousness zonder duidelijk begin of einde. Sentimenten als nostalgie, heimwee, vervreemding, liefde en lust zijn leidend voor het gevoel van tijd. Het verklaart onze zucht naar alles wat retro is. De artisanale bakkerijen, bierbrouwerijen en barbershops van nu sluiten aan bij deze romantische gevoelens. Ogenschijnlijk heeft het kille rationele vooruitgangsgeloof niets met de wervelwind van emoties van de psychoanalyse. Toch hebben ze, behalve dat ze voortkomen uit de late negentiende eeuw, één ding gemeen: ze baseren zich op het verlangen.

De negentiende-eeuwse dichter en flaneur Charles Baudelaire kende als geen ander de moderniteit met haar industriële revolutie en de opkomst van de psychoanalyse. Baudelaire is een meester van het verlangen. Elke dag wandelde hij over de grands boulevards van Parijs. Het moderne leven trok aan hem voorbij. Hij probeerde op te gaan in de massa, één te worden met het gewoel van de stad. De straatlantaarns en overdekte passages stelden hem in staat de nieuwste etalages te bekijken. De koopzucht van de bourgeoisie gaf hem inzicht in het verlangen. Het glas scheidde de consument van zijn product en wakkerde de koopzucht op die manier aan. Baudelaire klaagde dan ook bij een bezoek aan Brussel dat de stad volstrekt ongeschikt was om te flaneren, door een gebrek aan etalages. Zo bezien is Baudelaire ook een representant van het kapitalisme, zij het in dichtvorm. In zijn gedicht Voor een voorbijgangster komen verschillende thema’s uit de moderniteit samen: de flaneur, het vluchtige, het sentiment en het fluctueren van de tijd.

De straat omgaf mij met haar daverend kabaal en
Lang, slank, in diepe rouw ging mij een vrouw voorbij,
Verheven in haar smart; met fraaie hand liet zij
De zoom van haar gewaad opzweven en weer dalen

Op snelle benen en met statueske grootheid.
En uit haar ogen, loden lucht waar storm ontspringt,
Dronk ik verkrampt, bevangen als een zonderling,
Zoetheid die fascineert, genot dat tot de dood leidt.

Een bliksemflits… en toen de nacht! – Vluchtige schone
Wier blik mij één moment met levenskracht beloonde,
Zal ik je in het eeuwige leven pas weer zien?

Elders, ver weg van hier! Te laat! Of nooit misschien!
Ik weet niet waar jij vlucht, jij niet waar ik zal gaan,
Vrouw die ik had bemind, vrouw die dat hebt verstaan!

Met het gedicht probeert Baudelaire de vluchtige schoonheid van de voorbijgangster te stollen. De vrouw, de voorbijgangster, representeert het verlangen. Ze is een soort moderne Euridyce: zodra men haar probeert te grijpen is ze alweer verdwenen. Het gedicht wordt gepresenteerd als een ontmoeting, maar het is slechts een vluchtige blik waarbij de vrouw tot een objet de désir verwordt. Het gedicht drukt niet alleen verlangen uit; de vrouw in het gedicht is zelf het verlangen geworden door uit het zicht van de dichter te verdwijnen. Het verlangen zit in het ongrijpbare.

Naast de terugblik op de vrouw, het verlangen zelf, is er ook een vooruitblik in het gedicht. Baudelaire hoopt de vrouw in de grotten van de dood weer te mogen ontmoeten: ‘Zal ik je in het eeuwige leven pas weer zien?’. Echter, voor de flaneur Baudelaire, die altijd op zoek is naar het nieuwe, is de dood de grote onbekende, een echte nouveauté: ‘Zoetheid die fascineert, genot dat tot de dood leidt’. In deze zinsnede komt ook het erotische naar voren. De dood, le petit mort, het verlangen, het komt allemaal samen in de weduwe, de moderne Euridyce. Het is een verlangen dat telkens weer naar boven komt door de werking van onder andere associaties, herinneringen, gedachten, zintuigen en fantasieën die geen begin of einde kennen.

Mijn chocoladetaartje is op. Wat rest is het gouden folie met wat resten room. De belofte voor een volgende ontmoeting. Dit keer neem ik de trap naar beneden in plaats van de roltrap. Ik kom niemand tegen. Als ik naar buiten wandel, regent het. Helaas voor mij zijn er geen overdekte passages. Wel zie ik op mijn telefoon dat de bui over een kwartier voorbij zal trekken. Ik ga terug het ondergrondse in en binnen enkele minuten ben ik weer in mijn vertrouwde wijk. Helaas regent het nog steeds. Eenmaal thuis zet ik de televisie aan, dat andere beeldscherm uit de twintigste eeuw. Waarom naar buiten gaan als de hele wereld met een knop binnen je bereik ligt? Ik heb nu al zin in volgende week, in mijn ontmoeting met het chocoladetaartje.

Geraadpleegde literatuur

Baudelaire, C 2005, De bloemen van het kwaad, Uitgeverij G.A. van Oorschot, Amsterdam.

Benjamin, W 1979, Baudelaire: een dichter in het tijdperk van hoog-kapitalisme, De Arbeiderspers, Amsterdam.

Benjamin, W 2008, ‘Baudelaire, or the streets of Paris’ uit The Work of Art in the Age of Its Technological Reproducibility, and Other Writings on Media, Harvard University Press, Londen.

Boym, S 2001, The Future of Nostalgia, New York.

Min, E 2013, De eeuw van Brussel. Biografie van een wereldstad 1850-1914, Bezige Bij, Antwerpen.

Tags: , ,


About the Author


Back to Top ↑

CPSM1 CQE CSQA CSSBB CSTE CTAL-TA_Syll2012 E20-002 E20-005 E20-329 E20-517 E20-547 E20-891 642-874 642-889 642-998 642-999 644-066 644-068 646-048 646-205 646-985 648-244 648-247 9A0-150 9A0-152 9A0-154 9A0-164 9L0-410 9L0-412 9L0-806 A00-202 A00-260 A2010-570 A2010-651 1z1-051 Certification 1Z1-052 1Z1-061 1Z1-102 1Z1-456 1Z1-457 1Z1-506 1Z1-560 200-001 200-530 220-801 dumps CPA CPP CTAL-TM_Syll2012 E10-001 E20-007 E20-335 E20-370 E20-485 E20-545 E20-597 E20-690 E20-816 E20-818 E20-885